Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
streken geene musch meer te zien was. Er wordt zelfs verteld, dat,
toen de algemeene moord eenen aanvang nam, verstandige musschen,
alsof ze 't gevaar zagen aankomen, met al haar hebben en houden,
het land, waar ze geboren en getogen waren, nog tijdig verlieten, juist
als in den tijd der Fransche revolutie, toen de voorzichtigen in den
lande door eene tijdige vlucht aan de guillotine ontkwamen. Genoeg —
het doel werd bereikt De arme vervolgde was in verschillende gewesten
geheel verjaagd of uitgeroeid.
't Werd echter nog meermalen lente en zomer en herfst, de tijd van
den oogst brak meermalen aan, — en eindelijk keerde het blaadje. —
Frederik de Groote zag zich genoodzaakt, zijne bloedige bevelen in
te trekken; want na den verdelgingsoorlog zag men menig jaar tever-
geefs niet alleen naar kersen, maar ook naar ander ooft uit: de rupsen
smulden naar hartelust in blad en bloei van de vruchtboomen, en de
groote koning, zoo trotsch op zijne vele overwinningen, ging met de
poovere musch vrede sluiten
De musch werd in hare eer hersteld. Andere tijden, andere wetten,
en menig schoolknaap, die niets wist van de wettelijke eerherstelling
van den vroeger zoo gehaten vogel en nog als vanouds jacht op hem
maakte, moest tot zijne schade ondervinden, dat onbekendheid met
eene overtreden wet niet vrijwaart voor straf.
Zoo iets geeft eenen burger moed, en sedert was er geen gelukkiger
vogel, dan onze kleine deugniet. Ze kon opnieuw vlijtige zwaluwen
van hare met moeite opgebouwde woningen berooven, zich den gan-
schen dag te goede doen aan de zoete vruchten van den kerseboom
en de boeren weer met de grootste toewijding helpen bij den graanoogst.
„Niet zaaien, maar oogsten!" werd opnieuw haar wachtwoord.
Zoo was alles voor haar ten beste gekeerd, — totdat men wat beter
op het leven en de omzwervingen van de gevederde deugniet begon
te letten en wat nauwkeuriger de rekening begon op te maken van
baten en schaden. En men bevond, dat men de eerste wel wat heel
hoog had geschat. — Jaarlijks werden honderden musschen, zoowel oude
als jonge, nauwkeurig onderzocht, en men ontdekte in hare maag slechts
weinige rupsen en andere insecten. — Zelfs als de kool in den tuin
met rupsen als bezaaid was, scheen het onze musch geheel niet in