Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
i. — december.
Zoet vogelkijn, waar bleef uw lied,
Groen hofken, waar uw rozen ?
Ik hoor het minste toontje niet,
Ik zie geen knopje blozen!
En gij, mijn hemel, eens zoo blauw,
Wat schuilt ge u weg in neevlig grauw?
De Schepping heeft het feestgewaad
Al bevende uitgetrokken:
Een sluier ligt haar op 't gelaat.
Een wl van witte vlokken!
Zij slaapt, verbleekt, versteend van kou,
Of zij nooit weer ontwaken zou.
2. — mijn vriend jurjens.
't Is winter. De avond is guur en donker; eene vochtige kou — halt
mist, half regen — spot met overjas en warme onderkleeren en dringt tot
het merg der beenderen door. De fladderende gasvlammen geven slechts
hier en daar een onzeker licht en dat nog bij vlagen, al naar de
oproerige wind het gedoogt. Met schreden, zoo groot als zijne lange
beenen hem veroorloven, schrijdt mijn vriend Jurjens langs de straat.
Hij is voor geen kleintje vervaard: eene worsteling met wind en regen,
eene wandeling in ruw weer, waarbij hij zich verbeelden kan, met de
elementen te kam.pen, plegen voor den goedigen reus iets bijzonder
aantrekkelijks te hebben, en ook nu laat zich het eeuwige liedje op zijne
zorgelooze lippen evenmin door den wind wegblazen, als de gasvlam.