Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
gevaarte versieren en vervroolijken, ik hoor stemmen, ontelbare stem-
men, ik zie honderden van roeiers, zes aan zes vooraan geplaatst, die
de ontembare drift van 't water met hunne ontzaglijke riemen keeren,
het drijvend gevaarte in 't midden houden en het de behoorlijke wen-
ding geven, — ginds op dat hooge getimmerte de stuurlieden, die, in plaats
van met een roer, met seinen en gebaren, met het wuiven der mutsen den
juisten gang van 't werk leiden. Het geroep, nu eens eentonig, dan
in verscheidene toonwisselingen, klinkt helder en aangenaam over het
water der breede rivier. — Nu vaart het zonderlinge waterkasteel het
vroolijke stadje voorbij, onder het luid geschreeuw en gejuich, het
vriendelijk geroep der inwoners, dat door klanken en gebaren van de
even gulhartige houtvlotters dankbaar beantwoord wordt.
Dit ontzaglijke samenstel genaakt na eene trotsche reis op de
prachtigste Duitsche rivieren eindelijk het vlakke Nederland. Daar
wordt het bewonderenswaardige geheel in deelen ontbonden. De
statige denneboomen, die op het gebergte de afgelegen hutten der
kolenbranders beschaduwden of waaronder hunne kinderen dartelend
speelden, worden misschien de grondzuilen, waarop het tfotsche
paleis van eenen Amsterdammer zal worden gebouwd. De ontzaglijke
eikestam, die nog voor weinige maanden den eenzamen oever eener
stille rivier sierde, en welks prachtig groen zich bij het ondergaan
der zon zoo heerlijk in het kabbelende water spiegelde, wordt wellicht
het onvergankelijk voetstuk van den grooten mast van een reusachtig
zeeschip. — Zoo bereikt ieder deel van dit groote geheel zijne eigen-
aardige bestemming.
Vrienden, zaagt gij ooit een houtvlot, — dan zult gij daarbij niet min-
der genoten hebben, dan ik.
19. — mijn zonnestraaltje.
Mijn zonnestraaltje kent gij niet? Gij vraagt mij, wie dat is?
Laat mij u in weinige woorden iets vertellen, — in weinige woor-
den, die veel beteekenen, althans voor mij.