Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
strekt ophouden, 't Is acht uur geslagen, en ik heb de koffie al klaar
en een mooi vuur aangelegd. Maar, o foei! wat zijn dat weer voor zwarte
handen: die moogt ge wel terdeeg met zeep wasschen, of er komt
nooit weer grond in."
„Welnu, kom aan, juffertje," antwoordt de oude man, terwijl hij
in scherts de zwarte handen uitsteekt, „wil ik u eens over de wangen
strijken ?"
„Toe maar! toe maar! als ge kunt. Grootvader," roept het meisje
lachend, terwijl ze weghuppelt, om in een ommezien terug te keeren
met water en zeep en een helderwitten handdoek.
Middelerwijl bluscht de smid het vuur, zet het gereedschap aan
kant en sluit met een „Goedenavond, vrienden!" tot de wegdrente-
lende toeschouwers gericht, deur en vensterluiken van de smederij.
Het zwarte schootsvel wordt voor heden afgelegd, aangezicht en handen
worden gewasschen, en met Anna treedt hij het woonvertrek binnen.
14. — Jan de lapper.
(Eene Vaderlandsche legende).
Jan Barendse, ook wel Jan de Lapper genoemd (want hij was van
beroep schoenlapper), leefde in het midden der zeventiende eeuw, deed
naar de gewoonte dier tijden verscheiden tochten ter zee en klom
door beleid en moed allengskens op tot den rang van dekofficier.
In die hoedanigheid diende hij op de vloot onder den ouden Admi-
raal Marten Harpertszoon Tromp en wel bij eenen kapitein, die het
gevecht liever van verre, dan van nabij gadesloeg en zich dus bijna
altijd buiten schot hield. De Admiraal wist dat wel; maar hij moest
den laffen bloed tot zijn leedwezen dulden om zijne invloedrijke
familiebetrekkingen.
Nu gebeurde 't echter eenmaal, dat de bloodaard door het uitschie-
ten van den wind te midden der vijandelijke schepen geraakte, en.