Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
buiten het bereik van 'tmenschelijk oog zijn, gelukt het den leeuwerik
nog, zijnen doodsvijand zoodanig af te matten, dat deze de jacht moet
opgeven. Opmerkelijk is het, dat de leeuwerik in dien kamp op leven
en dood telkens beproeft te zingen, terwijl hij natuurlijk niets dan afge-
broken tonen uitstoot; maar niet zoodra is hij aan 't gevaar ontkomen,
of dadelijk laat hij een helklinkend jubel- en triomflied hooren.
Wat wij hier verhaalden, geldt voornamelijk van de veldleeuweriken.
Er zijn echter nog eene menigte andere soorten, in vele opzichten met
deze overeenkomend. De meest bekende daarvan vormt de kuifleeuwerik,
die bij ons overwintert en dikwijls op de koudste dagen zijn schoon,
eenvoudig lied laat hooren.
De beste zanger is de heideleeuwerik, die den ganschen dag zoo
onbeschrijfelijk schoon zingt, dat de eenzame wandelaar daardoor niet
zelden diep getroffen wordt.
5. — de kabouters.
Wat was toch dat Keulen een prettige stad.
Toen 't vroeger de wakkre kabouters nog had!
Want, was men lui, men leefde lustig.
Of lei zich neer en droomde rustig;
Dan kwamen bij nacht.
Genood noch verwacht.
De ventjes, en zwierden
En klapten en tierden,
En rukten
En plukten.
En droegen en draafden,
En poetsten en schaafden....
Geen stervling was nog bijdehand,
En toch was 't dagwerk reeds... aan kant.