Boekgegevens
Titel: Leesboek voor kinderen over de natuur
Auteur: Hofkamp, Teunis
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1850
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5980
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201211
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor kinderen over de natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
39. i5ofi, maan en sterren.
Wij willen onze natuurbeschouwingen eindigen door
raet een enkel woord iets van de hemelligcharaen te
zeggen, die gü des daags en des nachts rondom u waar-
neemt.
Verbeeldt u eenen duisteren nacht, wanneer de hemel
met wolken bedekt is. Gij kunt dan, zoo als men zegt,
geene hand voor de oogen zien. Zoo zou het op aarde
altijd wezen, wanneer er geene andere ligchamen waren
dan zij alleen. Van al de heerlijkheid der schepping
zouden wij niets ontwaren. De oogen bewezen ons dan
geenerlei dienst; tastende even als een blinde moesten wij
gaan. Ongelukkiger dan een blindgeborene zouden wij
zijn, want niemand kon ons vertellen van de grootheid
en liefde Gods, zoo zigtbaar in de schoone natuur. Wij
danken God, dat het zoo niet is.
Onze aarde is een groote bol, die alleen vlak schijnt,
omdat zij zoo groot is en wij zoo klein zijn. Indien wij
zeer ver van de aarde verwijderd waren, zou zij ons zoo
voorkomen, als wij nu de maan aanschouwen; dus als
een bol, die in de hemelruimte zweeft. Zulk een bol is
ook de maan, die evenwel veel kleiner is dan de aarde.
Het licht, dat van de zon op de maan valt, komt voor
een gedeelte tot ons, even als het licht, dat op een' spie^
gel valt, voor een gedeelte weèr op andere ligchamen
terugkaatst. De maan bevieegt zich in bijna eene raaand
rondom de aarde. Daar de raaan, gedurende hare wen-
teling om de aarde, telkens eenen anderen stand ten op-
zigte van de zoa ea de aarde verkrijgt, vertoont ze