Boekgegevens
Titel: Leesboek voor kinderen over de natuur
Auteur: Hofkamp, Teunis
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1850
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5980
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201211
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor kinderen over de natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
s/tf/ï, hot de hla&» naar hoven gedrukt mrdU Gij kunt het
ook wel voelen; het kost u moeite, om het glas in het *vater
neer te duwen, J)e schepen kunnen door deze kracht in het
water drijven. Hebt gij het water , na sterken regen , wel over
den weg zien loopen? Hei gaat ook al naar de laagte en, als
de grond wai ongelijk van hoogte is, kronkelend rondom de hoog-
ste plaatsen heen»
Zoo loopt het water ook door de rivieren , die groote en wijde
gangen van het water , het heeft zelf dien weg -gebaand.
Door de kanalen en grachten loopt het water even als door ae
goten. De menscken hebben die goten gemaakt en even zoowel de
kanalen en grachten. De menschen wijzen het water den weg aan^
waar langs het loopen moet. Indien het water ie spoedig door
de kanalen weg loopt, xoo dat daarin geene schepen meer zou--
dm kunnen vareri, dan maakt men sluizen , die het water tegen
houden* JP'aar loopt al dat water uit de kanalen en rivieren
heen ? JSaar meren of zeeën, de grootste regenbakken op aarde.
Hebt gij wel eens een meer of eene zee gezien^ De menschen
hebben ze niet gegraven. Het zijn de laagste plaatsen op aarde;
daar hoopt zich hei water op, even ah in den regenbak» Feh
zeeën en ook eenige meren zijn zoo groot., dat wij er niet over
kunnen zien en dat de schippers er soms dagen en weken over
kunnen zeilen, vóór zij weder land zien.
De meeste meren hebben^ even als alle rivieren, zoet water» Men
kan het drinken. De zeeën bevatten zout water of pekel. Kookt
men dat water lang of laat men het langzaam verdampen, dan
houdt men zout over. Gij zult dit nog wel weten, uit de les
o^er het keukenzout; zie hl. 66. Er is dus zout- en zoet water^
Het zoete water is echter ook nog weer onderling verschillend. Ver~
gelijkt slechts put- en regenwater. Beide zijn zoet, maar in hei
eene kan men met zeep wasschen, in het andere niet. Uwe moeders
gebruiken hei eene voor thee èn het andere voor kojffij. Waarom ?
Dat zult gij later leeren. Dat kunt gij nu nog niet begrijpen.