Boekgegevens
Titel: Leesboek voor kinderen over de natuur
Auteur: Hofkamp, Teunis
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1850
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5980
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201211
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor kinderen over de natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
35. Water.
Alles, V/at wij tot nu toe met elkander beschouwden, kunt gij
in de handen nemen , betasten, het onderste boven leggen, zoo
hei slechts niet te zwaar is voor uwe krachten; nu willen wij
iets nader leeren hennen, wat u nog lig ter dan eene aal ont-
glipt, dat u tusschen de vingers doorloopt, zoo gij niet zeer
voorziglig zijt. Het zand, indien het zeer droog is, heeft er
iets van, dt metalen, wanneer ze gesmolten zijn, gelijken er
meer naar, de olie nog meer. Het is het gij zoo
dikwijls gezien, waarmede gij u dagelijks gewasschen', ja dat
gij duizenden keeren gedronken hebt, v/aarop wij onze aan-
dacht zullen vestigen. Zegt niet, het water kennen wij wel; ik
wed, dat gij er nog wel wat nieuws van kunt leereti.
Indien gij uwe handen in het water -dompelt, worden ze nat;
er blijft eenig water aan hangen. Steekt gij evenwel eene kaars
in hei water, die vordt niet nat, zoo hebben wij vroeger ook
al gezien, dat de vederen der watervogels niet nat werden, om-
dat er eenige vette stof aankleefde.
Het water loopt altijd naar de laagste plaatsen. Valt er
water op hel dak, dan vloeit het naar beneden in de dakgoten ,
uit deze door eene pijp in den regenbak. Nu kan het niet
lager en het koopt zich op, water op water, tol de regenbak
vol is. De zijmuren hebben nog al wat tegen te houden, wanneer
er veel water inden bak is. Het water drukt daar tegen aan en
komt er een lek in die zijmuren, dan loopt het daar door. Dat
hebt gij zeker ook^wel eens opgemerkt in een" emmer, waarin
eene opening kwam. Zoo loopt de koffij ook uit de kraan, in-
dien de sleutel opengedraaid wordt. Indien de kraan het onderste
hoven stond, zou de koffij naar hoven springen ; dat zou men
dan eene fonteinsprong noemen. Het water d/ukt dus niet al-
leen naar beneden en tegen de zijden, maar ook naar boven
en tegen alles, wat daar ingeduwd wordt. Bindt eens een stuk blaas
ruim om een lampglas , steekt het glas in het water, dan zult gij