Boekgegevens
Titel: Leesboek voor kinderen over de natuur
Auteur: Hofkamp, Teunis
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1850
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5980
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201211
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor kinderen over de natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
De grootte der vittchen loopt twg verder uiteen ,
dan die der landdieren. Er zijn vitehjet, kleiner
dan een duim en anderen, zoo groot, dat zij zich
in een'' grooten vijoer niet zouden kunnen heeren of
wenden.
Bijna alle vittchen leven van andere vittchen of
nog kleinere dieren, zoodat het water, ^tuselk meett-
al zoo stil tchijnt, onophoudelijk het tooneel it van
eenen geweldigen oorlog- Ik heb eent een" snoek ge-
vangen, die een'' baars in de maag had; de baart
had weder eeW voren, en de voren een nog kleiner
vitchje opgeslokt.
Waarom zou de liefderijke GOD dat wel zoo
hetchikt hebben? Wat dunkt u, indien alle vit-
schen hunnen natuurlijken dood stierven en hunne
ligchamen dus in het water moetten verrotten, hoe
zou het dan zijn ? Ome hemelsche Vader heeft
daarenboven ook gezoi-gd , dat er genoeg vittchen
hieven. Hebt gij wel eent de kuit gezien van een*
haring of van een'' ander'' vitch ? Die kuit hettaat
uit eene ontelbare menigte eijeren; uit ieder eitje
kan een vitchje voortkomen; welk eene menigte vit-
sehen geeft dat niet! Zoo heeft de alwgze GOD het
een met het ander in verhand gehragt /
Wanneer gij groottr en verttandiger wordt, zult
gij u hierover nog dikwijls moeten verwonderen, en,
200 gij op iett in de natuur aanmerkingen meent
te kunnen maken , dan moet gij bedenken , hoe wei-
nig wij nog van de natuur toeten.