Boekgegevens
Titel: Leesboek voor kinderen over de natuur
Auteur: Hofkamp, Teunis
Uitgave: Groningen: F. Folkers, 1850
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5980
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201211
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor kinderen over de natuur
Vorige scan Volgende scanScanned page
'20
13. MPe visschen. /
Lust gij wel visch? Zeher wel; de meeste men-
schen houden veel van visch. Men eet wel scheloisch ,
haheljaauw, schol, tarhot, long, aal, haars, snoek.
Weet gij ook wat al deze visschen met elkander
gemeen hebben ? Zegt mij dan eens, wat is een
visch? niet, wat is een scheloisch, of een aal, of
een snoek, maar wat is een visch? Een visch is
een dier, dat in het water leeft. Ret hoofd is digt
aan den romp, gij ziet geen' hals. De meeste vis-
schen zijn met schubben bedekt ; die vormen hun
kleed, dat hen beveiligt voor stooten en tegen de heten
van andere visschen. De visschen , die geene schub-
ben hebben, zijn slijmig en glad; zij kunnen zich
dus ligt door het icater bewegen, en men kan ze
niet gemakkelijk met de hand vasthouden. Allen
hebben vinnen en een' staart, om zich voort te roeijen
en tegelijk hunne vaart te besturen. De menschen heb-
ben van hen misschien wel geleerd , om eene boot over
het water te roeijen; de dwarsriemen verheelden dan
de borst- en buikvinnen en de achterste riem komt in
plaats van den staart. Om zich in het water op- en
nederwaarts te bewegen, hebben zij eene zwemblaas ,
die met lucht gevuld is, welke lucht zij, naar ver-
kiezing, digter en ijler kunnen maken. De kieuwen,
ter wederzijden achter den kop, dienen de visschen
hij de ademhaling. Sommige visschen leven in ri-
vieren en meren, andere in zeeën, daarom worden
zij vn rivier- en zeevisschen onderscheiden-