Boekgegevens
Titel: Leerzame verhalen ten dienste der katholieke jeugd: een leesboek voor de middelste klasse
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Ter Drukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1882
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5977
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201209
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerzame verhalen ten dienste der katholieke jeugd: een leesboek voor de middelste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
Dientje, gij moest uw avondgebed maar doen en naar
bed gaan, want gij ziet er toch niets goed uit. — Zij
meende, dat het den volgenden dag wel betor zoude
zijn, en dat zij dan die stem niet meer zou hooren,
welke haar nu zooveel schrik aanjoeg. Zij haastte
zich daarom, om aan het verlangen harer moeder te
voldoen, en ging spoedig naar bed; doch haar boos
geweten liet haar geen oogenblik rust, en het duurde
nog een geruimen tijd, eer zij in slaap viel.
Toen het meisje eindelijk was ingeslapen, nam de
vader hare kleederen en legde die op eenen anderen
stoel. Terwijl hij daarmede bezig was, voelde hij
toevallig in haren zak en bemerkte den ring, dien zij
vóór eenige uren had willen koopen. Verwonderd
vraagde hij aan de moeder, of Dina dien van haar
gekregen had, en wijl deze daarop zeide, dat zij er
niets van wist, stak de vader den ring bij zich.
Toen nu het kind den volgenden morgen bij hem
kwam , vraagde hij : „ Wat dunkt u, Dina, zoudt gij
den ring nog kennen, dien gij gisteren bij de kraam
gezien hebt ?" en terstond haalde hij hem uit den zak.
Het meisje werd rood , viel van angst op hare knieën
en vroeg haar vader om vergiffenis; doch de vader
antwoordde : „ Eerst moet gij mij zeggen, hoe en waar
gij aan den ring gekomen zijt;" en toen zij dit gedaan
had, vervolgde hij: „Welnu, ik vergeef u, doch daar
gij zulk een kwaad hebt durven doen en den goeden
God vergrammen, zullen wij het speelgoed maar voor
u bewaren, totdat gij u verbeterd hebt. Ook is het
daarmede nog niet afgedaan; want gij moet den ring
ook nog teruggeven, en daarom zullen wij eerst eens
even naar den kramer gaan, die daar in de straat