Boekgegevens
Titel: Leerzame verhalen ten dienste der katholieke jeugd: een leesboek voor de middelste klasse
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Ter Drukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1882
8e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5977
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201209
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerzame verhalen ten dienste der katholieke jeugd: een leesboek voor de middelste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
((Dat han ivel ivaar zijn, hernam Belje, maar
dit is ook alles, want zij heeft zulk een sterken
geur, ISeen, neen, broeder, ik houd het met de
anjelier, deze heeft eenen aangenamen geur en is
zeker even schoon als nwe lelie" — « Wat zijt gij
beiden toch dwaas, zeide Rudolf op zijne beurt, men
kan wel zien, dat gij er niet veel kennis van hebt.
Ik voor mij , ik zeg u, dat de roos de koningin is
van alle bloemen." Albert en Betje wilden hunnen
broeder hierin geen gelijk geven, en daar er niemand
was die toegaf, ontsto7ul hieruit een kleine twist.
Terwijl zij hiermede bezig waren, kwam de vader
in den tuin en vraagde hen, waarover zij zoo druk
met elkander spraken. Rudolf vertelde dadelijk,
ivat er gebeurd was, en verzocht zijn vader, dat
hij hun zou zeggen, tvie van hen gelijk had. Doch
de vader sjyrak: (.(.Lieve kinderen, houdt toch op met
dien nutteloozen twist. Wat is er aan gelegen, wie
van drieën hier gelijk heeft F Immers niets. Emvie
zal het ook uitwijzen F Eene lelie is schoon, eene
anjelier ook, eene roos ook, maar elk op hare manier,
en den eenen mensch bevalt deze , den anderen gene
het best. Maar weet gij, wan?teer men zeker verkeerd
doet F Als men in zulke dingen, waar niets aan
gelegen is, en tcaarin elk zijn smaak heeft, toch met
geweld zijn eigen gevoelen wil doordrijven; als men
anderen voor lomp en dwaas aanziet, omdat zij er
niet juist zoo over denken als tvij"
Toen de kinderen, vooral Rudolf, hierop een weinif^