Boekgegevens
Titel: Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Auteur: Lagerwey, J.; Ludolph, L.J.C.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1863
5e, verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5818
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201183
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
A
bl. 104—110. 214
passion , drift, to provo'ke , verwekken, a Ihou'sanA, duizend, affront',
(pr. af-frunt) hoon. scoundrel, schobbejak, to draw about a man's éars,
op zijnen hals halen, the whole herd of the mobile = mobiVity, al het
gemeene volk.
15. de stier en de mug.
Civ'illy, beleefd. Ub'erty, vrijheid, took (o, t. t. van to take) , nemen.
to incommo'de, overlast aandoen, weight (pr. weet), zwaarfe, to remove,
verhuizen, heengaan, nev'er trouble your head for that, doe u zelve
toch geen moeite aan. felt (o. v. t. van to feel) , voelen, shan H (voor
shall not), zal niet. van'ity, ijdelheid, to strike at, gelijk zijn aan,
zinspeelt op. hu'mour, inborst, gemoedsgesteldheid, to meet with, aan
treffen, tri'fling, beuzelachtig, consid'erahle , opmerkelijk.
16. de vos en de druiven.
F arched, smachtend, lofty, hoog. tempting, uitlokkend. Reynard,
Heintje, to refresh one's self, zich verkwikken, juice, sap. again' and
again, telkens, ti'rcd, vermoeid, imprac'tic able, ondoenlijk, to jump,
springen, pshaw, ba! eyeing, naoogende. affected, geveinsde, to accom'-
plish, volvoeren, business (pr. biznes), taak. dispo'sed, gezind, gewild.
I cannot help thinking, ik geloof stellig, sour, zuur. to pluck, plukken.
to contend', twisten, prize, prijs, 'gainst (voor against), tegen, at any
cost, om elken prijs, to sneer at, belagchen, verachten.
17. de schaapiierdersjongen en de wolf,
For want, bij gebrek, employ'ment, bezigheid, to raise, verwekken.
alarm', schrik, onrust, assis'tance, hulp. trick, poets, a great number of
times, verscheidene malen, to mangle, van een rijten, to bell'ow, bulken.
expe'rience, ondervinding, to suppo'se t onderstellen, mcenen. boert,
scherts, to pay regard', acht slaan, to worry, (pr. vmrri) te verscheuren.
to devo'te, wijden, to herhalen, zeggen, to act, verrichten, spelen,
to deceive, bedriegen, fictit'ious, verdicht, leugenachtig, part, daad, rol.
in'famy, schade. War, leugenaar.
18. de hond in de kribbe (ma'nger).
Sur'ly , norsch. prov'ender, voeder, to snarl, knorren, pos'ture, hou-
dina:. to prevent', beletten, to approach, naderen, spot, plaats, to ex-
claim, uitroepen, ridic'ulous, belagchelijk. beha'viour. gedrag, miser ,
vrek. to hoard up , ophoopen. in'dig ent, behoeftig , arm. pur'pose, doel ,
oogmerk, to destroy, vernietigen.
19. het geitje en de wolf.
To keep close, de deur gesloten ie houden, alleen te blijven, dam, mo^"
1 der, to hasten {heesn), zich haasten, to knock, kloppen, to coun'tsrfeit,
nabootsen, eiabra'ce, omhelzen, to beseech, smeeken. token, bewijs.