Boekgegevens
Titel: Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Auteur: Lagerwey, J.; Ludolph, L.J.C.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1863
5e, verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5818
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201183
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
bl. 41—43. 210
5. DE KAT.
Dravjs lack, intrekt, caress', streelt, velvet, fluweel, sense, verstand.
attachment, gehechtheid, chiefly, voornamelijk, inhah'it, bewonen, Icit-^
tens, de jonge katten, clo'sed , gesloten, hirth, geboorte, after suck-
ling , na gezoogd te hebben, hunt by the eye, jagen op het oog. in vmit,
op den loer. by surpri'se , onveihoeds. spo'rt, vermaken zich. torment' ,
plagen, gloom, Aonk^r. pu'pil, oogappel, contract'ed, zamengetrokken.
line, streep, it spreads, breidt deze zich uit, owner (pr. o'nur), eigenaar.
self-vnlled, eigenzinnig, wayward perfu'mes, welriekende
dingen are fond, houden veel van. vale'rian , valeriaan, marjoram =
mar'jortm, mariolein. disli'ke, houden niet van. bad smells, onaange-
name reuken, bask, koesteren,
6. HET SCHAAP.
Mut'ton , schapenvleesch. cloth, laken, clothes, kleedereu. flannel,
flanel, stockings, kousen, parchment, perkament, en'trails, ingewand,
darmen, strings, snaren, fe'male, wijfje, ewe (pr. joé), ooi. tim'id,
vreesachtig, face, het hoofd bicden. lamb , lam. push , stooten. deri've ,
outleenen. sa'fety , veiligheid, repay him for, vergelden hem. requi're ,
vereischen. atten'dance , oppassing, penned up , in de kooi opgesloten, to
protect' from, beschermen voor. vjolves (meerv. van vjolf), wolven.
gra'ze, grazen, secu'rify , veiligheid.
7. DE GEIT.
Is som'ewhat like , gelijkt cenigzins naar. val'nable, gezocht, to ro've,
zwerven, brow'sing, af te knabbelen, vi'ne, wijnstok, delight' in, houden
veel van. bark , bast. moun'tain, berg. stee'pest (van steep, steil), steilste.
Irow', top , rug eens bergs, kid , jonge bok of geit. glov'e , handschoen.
consiitu'tion , gestel, play Jul, dartel, to butt, met de horens stooten.
knock down, neder\ellen, teased, geplaagd, to pull, trekken.
8. DE HOND.
Gifted, begaafd, sagac'ity, schranderheid. , waakzaamheid.
to qual'ify, geschikt maken, guard, bewaker, companüon, medgezel.
ra'ther, liever, take a Jn^É?, een lokaas aannemen, stranger {^c. streendsjer),
vreemdeling, betray', verraden, understands', verstaat, voice, stem.
ready, vaardig, serviceable, gedienstig, conduct', geleiden, rough'ness
(pr. ruf'nes), ruwheid, straggle , wegloopen , afdwalen, me'rely, alleen ,
enkel, lost (v. p, van to lose), verloren, calls for, roept, lamenia'tions,
gekerm, gehuil, sense of smelling , zintuig van den reuk. keen, scherp.
garne , wild. scent (pr. sent), reuk. he will stop , hij staat stil. cross ,
kruisen, try, onderzoeken, strong'est , sterkst, pursue', vervolgen.
9. DE EZEL.
Qui'et, stil, vreedzaam, treated, behandeld, contempt', verachting.
har'dy , onvermoeid, less delicate, minder kicsch. sprightly, levendig.
dull, stomp, bla'.aed, berispt.