Boekgegevens
Titel: Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Auteur: Lagerwey, J.; Ludolph, L.J.C.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1863
5e, verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5818
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201183
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
203 bl. 23—27.
Les 60.
M&use f muis. both dwelt, woonden te zamen, stole, stalen, cheese,
kaas.verzot.//aj^, feest, at ease, op haar gemak, at length, ein-
delijk. did not like, hielden niet van. sought (o. v. t. van to seek,
zoeken), zocht, took a good aim, wel aanviel, slew (o. v. t- van to slay,
dooden), doodde, caught (o. v. t. van to catch, vaEgeu), ving. rogue
schurk, crime, misdaad, bold, stoutmoedig, mark, let op. he will rue
it, het zal hem berouwen.
Les 61.
Sho'w , tooneel. charm, bekoren, harm, benadeelen. are free, kunnen.
to serve, te voorzien in. need, behoefte, those, die. shine, schitteren,
do not strive, er niet naar tracht.
Les 62.
Fuss, de poes. barn, schuur, cell, vertrek, vjhe.e, waar. hunts, jaagt.
both, zoowel, earns, verdient, praise, lof. lion, leeuw, king, koning.
to seize, om te vangen, prey , prooi, stout, sterk, limbs, leden, large,
groot, claws, klaauwen. teeth, (enk. tooth, tand), tanden, jaws, kaken.
horse, paard, strong, sterk, of use is found, wordt gebruikt, to draw,
trekken, coach, koets, till the ground, het land ploegen, back ^ rug.
to ride, rijder, with ease, gemakkelijk, tow'n, stad. just, juist, they
piéase , het hun behaagt./or, voor. hay , het hooi. on which they feed,
hetwelk zij eten. milk, melk. to soak, weeken. when, wanneer, kill,
slagten , dooden.
Les 63.
Flou'ghing, het ploegen, so'wing, het zaaijen. first, eerst, they sow,
zaait men. to sprout, uitspruiten, fiour (= flower) makes , van meel
maakt men. are fed, zich voeden, , vlieg, vlugt. till, voordat, shorn
(v. D. van to shear , scheren , maaijen), gemaaid, grains, graankorrels.
fall, vallen, choose, verkiest, ants , mieren, small, klein, while, terwijl.
fair, mooi weder, take heed, zorg dragen, to toil, arbeiden, lark,
sky-lark, leeuwerik, tongues, tongen, to raise, zich verheffen, gay,
vrolijke, soars, zweeft, on high, naar omhoog, sweet strains, liefelijke
zangen, tells, vermeldt.
LESSEN VAN TWEE LETTEKGEEPEN.
Les 1.
Forget', vergeet, length, lengte, mercy, genade, truth, waarheid.
forsa'ke, verlaten, bind them about, bind ze om. neck, hals, write,
schrijft, fa'vour, toegenegenheid, good will, goedwilligheid, velbehagen.