Boekgegevens
Titel: Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Auteur: Lagerwey, J.; Ludolph, L.J.C.
Uitgave: Gorinchem: J. Noorduyn en zoon, 1863
5e, verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5818
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201183
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw Engelsch lees-, leer- en vertaalboek voor eerstbeginnenden
Vorige scan Volgende scanScanned page
bl. 13—15. 200
de jeugd, learn, leeren, be of use, van nut zijn. to make the most, veel
werks, een goed gebruik te maken, waste (pr. weest), verspil, léast, minste.
part, gedciAte. past, voorbij, to call, roepen, back, terug, gone, weg,
though, boewei. young, jong. 1 am, ik hzn. prone, geneigd, to flee, af-
dwalen. heart, (pr. haart) hart, gemoed, to thee, voor u.
Les 43.
See, zorg. look in, staan, meek, zachtaardig, bad, kwalijk./ö/^j, lieden.
by these means, daardoor, gain love, de liefde winnen, take heed, draag
zorg. léads, geleidt, pêace, vrede, chief, voornaamste, at, great
(pr. greet); groot, in their turn, op hunne beurt, full, vol. like him ,
even als zij. still go on, ga altijd voorwaarts, till, tot. has been, is ge-
weest, skies (meerv. van sky), hemelea. o long time, zeer Is^xi^, nor does
he stop, ook staat zij ... . niet stil. to rest, om te rusten, all, geheel.
for sleep, om te slapen, lie dow'n, neder liggen, ^re^«?/ down, kniel neder.
v)ould take, neme. care, zorg. keep, . . . safe, beware, night, nacht, to
guard, bewaren./row, voor. harm, leed, nadeel, sweet, zoet, zacht.
Les 44.
House die, sterft, i/zjj, zaligheid, heav'n, hemel, be burnt up,
verbrand worden, to judge, te oordeelen. both, ... and, zoo wel . . . als.
Les 45.
Shews^shows, toont, wijst, to life, ten leven, truth, waarheid, by
it, door dat woord (daardoor), mind, gemoed, gedachte, wnrld, wereld.
dweil, wonen, on the earth, op de aarde, child, kind, whole, geheele.
hard, moeijelijk. may think ^ denkt, éase, gemak.
Les 46.
Light, licht, moon, maan, séa, zee, moves (pr. moeves), beweegt,
face , oppervlakte, bird, vogel, fi'es, vliegt, air, lucht, swims , zwemt.
ears , ooren. nose, neus. smell, ruiken, mouth , mond, taste (pr. teesi),
proeven feel, voelen, legs, beenen. sense, verstand, wrong (pr. rong),
onrecht, soul, ziel. serve, dienen.
Les 47.
Part of the world, werelddeel, ride, rijden, horse, paard, wear (pr.
tceer), dragen, cloth, laken, wool, wol. sheep, schapen, down, dons.
tdj/ifc'a^, tarwe, sail, zeilen, dig, graven./row, uit. , steenen. coals,
kolen lead, lood. horn, hoorn, a gill (pr. ghit), kieuwen, hoof, hoef.
duck, eend. bill, bek , snavel, wtng , vleugel, that, opdat, tail, staart.
or, of. vin. those, diegenen, -plain, duidelijk, bawl, schreeuwen, in
too lo'w a voice, met eene te zachte stem. room , kamer.