Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
Zoo zijn b.v. 36, 694, 7932 enz. door 2 deelbaar, omdat 6,
4 en 2 zulks zyn. Want elk getal kan beschouwd worden als
de som van een zeker aantal tientallen en de eenheden; 10 is
een veelvoud van 2, eenige tientallen zijn dit dus ook (§ 145).
Zyn de eenheden nu ook een 2-voud, dan is het geheele getal
een 2-voud, want als twee getallen eenzelfden deeler hebben, heeft
hunne som dien deeler ook (§ 144). Zyn de eenheden echter
niet door 2 deelbaar, dan kan het geheele getal geen 2-voud
zyn (§ 146).
Gretallen, die door 2 deelbaar zijn, heeten evene getallen,
de andere oneven. By deeling door 2 laten de onevene getallen
steeds 1 tot rest. Evene getallen eindigen dus altyd op O, 2,
4, 6 of 8, onevene op 1, 3, 5, 7 of 9.
§ 149. Eigenschap. Emi getal is door 5 deelbaar, als het cijfer
zijner eenheden door 5 deelbaar is.
Zoo zijn b.v. 65, 380, 6945 door 5 deelbaar. Want elk getal
is te beschouwen als de som van een zeker aantal tientallen
en de eeaheden; 10 is een veelvoud van 5, eenige tientallen
zijn dit dus ook (§ 145). Zijn de eenheden van het getal nu
ook een 5-voud, zoo is het geheele getal een 5-voud, daar het
dan de som van 2 vyf-vouden is (§ 144). Zyn echter de een-
heden niet door 5 deelbaar, dan kan ook het geheele getal geen
vijf-voud zijn (§ 146).
Getallen, die door 5 deelbaar zyn, eindigen dus steeds op
O of 5.
§ 150. Eigenschap. Een getal is door 4 of 25 deelbaar, als
de laatste tv:ee cijfers des getals, bijeengenomen, door 4 of 25 deel-
baar zijn.
Want elk getal kan beschouwd worden als de som van een
zeker aantal honderdtallen en eenige tientallen en eenheden;
100 is een veelvoud van 4 en 25, dus een zeker aantal honderd-
tallen ook (§ 145). Zijn nu de tientallen en eenheden van het
getal, bijeengenomen, ook een veelvoud van 4 of 25, dan is
het geheele getal ook door 4 of 25 deelbaar , daar het dan de
som is van twee 4-vouden of 25-vouden (§ 144). Zyn echter
de tientallen en eenheden, als één getal beschouwd, niet door