Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
B. Deelbaarheid.
NEGENDE LES.
BEPALINGEN. KENMERKEN VAN DEELBAARHEID.
§ 1.38. Eene deeling van geheele getallen kan opgaan of niet
opgaan. Zoo is 48:6 of 48 : 8 eene opgaande, doch 48:9 of
48:11 eene niet-opgaande deeling. Daarom heet 48 deelbaar
door 6 en 8, doch ondeelbaar door 9 en 11. Bovendien heeft
48 nog wel andere deelers dan 6 en 8, b.v. 1, 2, 3, 4, 12,
16, 24, 48. Sommige getallen hebben geene andere deelers dan
1 en het getal zelf o. a. 13, 31, 43, 67, enz.
Hier en ook in vele volgende paragraven wordt nu met het
woord deeler een getal bedoeld, dat zonder rest te laten op
een ander getal gedeeld worden kan. Vroeger leerden we al het
woord factor kennen, vrij wel van dezelfde beteekenis.
§ 139. Een getal heet deelbaar, als het nog meer deelers
heeft dan 1 en het getal zelf; anders heet het ondeelbaar.
Zoo zijn 48, 50, 63, 81, 90 deelbare getallen en 43, 67, 79,
83, 97, 103 e. m. a. ondeelbare getallen. De eerste hebben nog
wel andere deelers dan 1 en zichzelf, de laatste niet.
§ 140. Hebben twee of meer getallen een of meer zelfde deelers
(behalve 1), dan noemt men ze onderling deelbaar. Zoo
zijn 20 en 30 onderling deelbaar, daar beide den factor 10
hebben; eveneens 36, 45 en 63, alle met den deeler 9.
Hebben twee of meer getallen geen' anderen gemeenschappelyken
deeler dan 1, dan noemt men ze onderling ondeelbaar.
Zoo kunnen dus deelbare getallen wel onderling ondeelbaar zijn.
5