Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
BEGINSELEN
DER
E K: E HST K: XJ 3sr 13 E-
'^''^'rhnilsctSchoüImsmi
E E E S L ^jMS TEBDAM.
INLEIDiy
§ 1. Alles wat gemeten kan worden, noemt men eene
i^rootlieiil. Lengte, oppervlakte, inhond, kapitaal, tijd, winst,
gewicht enz. enz. zijn in 't algemeen grootheden. In engeren
zin zijn alzoo grootheden: de lengte van eene schutting, de
oppervlakte van een' waterplas, de inhoud van een' bak, het
bedrag eener rekening, de duur van eenig werk, het gewicht
van een' koffer enz., doch ook: eene rij huizen, een stapel
turven, eene hoeveelheid ryst of suiker, een troep schapen, een
byenzwerm, een bloemruiker enz. enz.
§ 2. Door het meten van eene grootheid verstaat men
vergelijken van die grootheid met eene gelijksoortige. Eene lengte
■wordt gemeten met eene lengtemaat, eene oppervlakte met eene
vlaktemaat, eene geldswaarde met eene andere geldswaarde,
een tijd met eene tydmaat. üe gelyksoortige grootheid, die
tot het meten heeft gediend, de gebruikte m a at, heet gewoonlijk
«enheid. Alzoo zijn er eenheden voor de lengtemaat, de vlakte-
maat enz. Voor grootheden als eene ry huizen, een stapel tur-
ven, een zak knikkers enz. zyn één huis, één turf, één knikker
1