Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
Tweede manier. Ook kunnen we onderzoeken, hoeveel
343-tallen in 576 begrepen zijn, dan van de rest het aantal
49-tallen bepalen, vervolgens van de 2e rest het aantal 7-tallen
afnemen, de eenheden zullen dan vanzelf overblyven als 3e rest.
Langs dezen weg vinden we: 576:343=1, dus is er albast 1
343-tal of 73-tal, terwijl 233 eenh. overblijven. Verder is
233:49=4, alzoo zijn er 4 49-tallen of 72-tallen, terwijl 37
eenh. overblijven. Ten slotte is 37:7=5, terwyl er eene rest
2 blijft; het getal heeft dus nog 5 7-tallen en 2 eenh. Der-
halve is:
576 (10-t.) = 1452 (7-t.).
Men zal wellicht reeds opgemerkt hebben, dat bij de eerste
manier de resten der deelingen de cijfers vormen van het ver-
langde getal; alleen het laatste cgfer (van rechts naar links
geteld) is dan een quotiënt.
Bg de tweede manier evenwel vormen de quotiënten der dee-
lingen de verlangde cijfers (van links naar rechts voortgaande);
alleen het cyfer der eenheden is hier eene rest.
Gewooniyk schryft men beide bewerkingen neder op de vol-
gende wyze:
.576
I.
7T
IL 343 576
rest 2 343 1
rest 5 49 233 1 ^
rest 4 196
7 37 1 5
35
^2
Derhalve: 576 (10-t.) = 1452 (7-t.).
§ 128. Tweede geval. Een getal uit een vreemd talstelsel over
te Irengen in het 10-tallige.
Zij bv. gevraagd het getal 19^5 (11-t.) over te brengen
in het 10-tallig stelsel. Dit beteekent dus: de eenheden, die nu
in groepen van 1, 11, 121 enz. gerangschikt zijn te rangschikken
in groepen van 1, 10, 100, 1000 enz.