Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
17. Verklaar deze deeling:
97 I $.3205 857
24
?!60
15
76~
18. Deel nu op gelijke wijze 12386 en 820743 door 96 en
door 998.
19. Van welke twee getallen is de som 266 en het quotient 13 ?
20. Van welke twee getallen is het verschil 39 en het
quotient 15?
21. Hoe bepaalt ge het deeltal, als van eene deeling de
deeler, het quotient en de rest gegeven zyn?
22. Van zekere opgaande deeling met een quotient van 3 cyfers
zijn de drie aftrekkers 25701, 77103 en 34268. Hoe
groot is het deeltal?
23. Van zekere deeling met een quotient van 4 cijfers (waar-
van O op de plaats der honderdtallen) zijn de drie af-
trekkers 736, 1840 en 2576 en is de rest 84. Hoe groot
is het deeltal?
24. Van welke opgaande deeling is het quotiënt 163 en de
laatste aftrekker 2.307?
25. Van welke deeling is de deeler 7, de rest 2 en de som
van deeler, deeltal en quotient 105 ?
26. Toen zeker getal door 397 gedeeld werd, was de rest
148. Welke verandering zou in het deeltal moeten worden
aangebracht om de deeling opgaand te maken?
27. Wanneer kunnen van eene niet-opgaande deeling, deeler
en quotient verwisseld worden, zonder dat hierdoor eene
fout ontstaat, wanneer niet? Geef van elk 2 voorbeelden.
28. Bereken:
a. j 22': (22^X23®) j X(22)',
b. j (23)® X (33)® X (23® X 32'): (22® X 33®) i : 6\