Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
soms grooter zijn dan dit afgesneden deel van het deeltal dan
bleek hieruit, dat het quotiënt te groot genomen was). Het ver-
kregen quotient-cijfer icordt op de daarvoor bestemde plaats ge-
schreven en daarna het volgende cijfer van het deeltal bijgehaald.
Nu bepaalt men door beproeving het quotient-cijfer van den deeler
en dit nieuwe gedeeltelijke deeltal, vermenigviddigt met den deeler,
trekt af en hacdt het volgende cijfer van het deeltal bij. (Som-
tijds — nl. dan als het komende nieuwe gedeeltelijke deeltal door
het bijhalen van één cijfer nog kleiner blijft dan de deeler —
wordt meer dan één volgend cijfer van het deeltal bijgeschreven).
Zoo gaat men voort, telkens de komende quotient-cijfers rechts
schrijvende van de reeds verkregene, totdat alle cijfers van het
deeltal gebruikt zijn. Is het laatst verkregen product van deeler
en quotient-cijfer gelijk aan het laatste gedeeltelijke deeltal, dan
gaat de deeling op, in andere gevallen blijft er eene rest.
§ 107. Wie de eigenschap van § 96 en de verklaring van
de bewerking der deeling (§§ 99 en 100) goed begrepen heeft,
zal wel inzien, dat zoowel de vorm der deeling (§ 101) als de
regel (§ 106) niet noodzakelijk, doch alleen wenschely k
zyn. Gemakkelyk zal men het deeltal op eene andere dan de
aangegeven wyze als eene som kunnen schrijven, waarvan de
termen dan achtereenvolgens door den deeler worden gedeeld.
Ook zou men de aftrekkingen wel bij de eenheden der laagste
orde kunnen beginnen. Maar elke andere handelwyze dan de
gewone , hierboven gegevene, zal meer moeielykheden met zich
brengen, langwyliger zyn en veel eerder eene onjuiste uitkomst
opleveren.
§ 108. Benoemde getallen. Kunnen deelingen met onbenoemde
getallen zoowel verdeelings- als verhouding-sdeeling zyn (§ 105),
bij opgaven met benoemde getallen is zulks niet het geval. Dan
is de deeling óf de eene, óf de andere. Het verschil tusschen
beide komt dan ook veel duidelyker uit.
Vraagt men: hoeveel elk zal ontvangen als 1 HL. erwten
onder 5 menschen gelijkelijk wordt verdeeld dan luidt het
antwoord: