Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZESDE LES.
DE DEELING.
§ 89. Men kan zich voorstellen, dat gevraagd wordt hoe
groot elk deel zal worden, als een getal in een zeker aantal
gelyke deelen moet worden verdeeld. Ook kan men vragen,
hoeveelmaal een getal van een ander getal kan worden afge-
trokken. De rekenkundige bewerking, die zoowel op de eene
als op de andere vraag antwoord leert geven, is de deeling.
§ 90. Eerste bepaling. De deeling is eene hewerlcing, die leert
vinden, hoe groot elk deel ivordt, als een gegeven getal in een
zeker aantal gelijke deelen wordt verdeeld.
Zegt men b.v.: als 136 in 8 gelyke deelen moet verdeeld
worden, is elk deel 17, dan heeft men gedeeld. Men vond dat
17 het achtste deel is van 136 of 136 = 8X17. Men zou
kunnen zeggen, dat deze deeling het vermenigvuldigtal leert
vinden, als een product en de vermenigvuldiger ge-
geven zyn.
Deze deeling heet verdeelingsdeeling.
§ 91. Tweede bepaling. De deeling is eene bewerking, die
leert vinden, hoeveelmaal een gegeven getal van een ander gegeven
yetal kan worden afgetrokken.
Zegt men b.v.: 8 kan van 136 zeventienmaal worden
afgetrokken, dan heeft men gedeeld. Deze deeling is eene ver-
korte aftrekking. — Men vond dat 136 = 17x8.
Men zou kunnen zeggen, dat deze deeling den vermenigvul-
diger leert vinden, als het product en het vermenigvul-
digtal gegeven zyn.
Deze deeling heet verhoudingsdeeling.
§ 92. Gelijk reeds uit § 89 valt af te leiden, hangt het van