Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
heid minder geworden, die als tien eenheden eener lagere
orde in rekening is gebracht.
III. 5 van 8 is 3, 6 van 10 is 4, 2 van 9 is 7, 9 van 15
is O van 83 is 83. De 6 duizendtallen van het aftrek tal
zijn dan gerekend als 5 D. 9 H. en 10 T., de 84 tien-
duizendtallen als 83 TD. en 10 D.
§ 60. Alzoo vonden we voor de aftrekking van willekeurige
getallen den volgenden
Regel. Men schrijft ile heide getallen zoodanig op, het kleinste
onder het grootste, dat de cijfers, die eenheden eener zelfde orde
voorstellen, recht onder elkander komen te staan. Men heg int dan
de aftrekking hy de eenheden der 1" orde en gaat geregeld van
rechts naar links voort; is het cijfer *) in het aftrektal meer
dan het overeenkomstige cijfer in den aftrekker, dan kan het
verschil dadelijk ivorden neergeschreven; is zulk een cijfer even-
wel minder, dan wordt het met 10 verhoogd, terwijl het vol-
gende cijfer van het aftrektcd één minder ivordt genomen. Achter-
eenvolgens ivorden de gedeeltelijke verschillen geschreven op de voor
hen bestemde plaats. Volgen er ééne of meer nulleti op een cijfer
van het aftrektal, dat kleiner is dan het overeenkomstige cijfer
van den aftrekker, dan ivordt voor deze nulhn 9 gerekend en
het eerstvolgende cijfer van het aftrektal, dat geen O is, één
minder genomen.
§ 61. 't Is licht in te zien, als § 57 goed begrepen is, dat zoo-
wel de regel (§ 60) als de vorm (§ 59) voor de aftrekking niet
noodzakelyk doch alleen gemakkelyk zgn. Men kan de
getallen ook wel geheel willekeurig onder elkander schrijven
en de aftrekking beginnen waar men wil. De bewerking wordt
dan evenwel moeielyker en de uitkomst veel lichter onjuist.
§ 62. Benoemde getallen. Tot nu toe .werd alleen de af-
trekking der onbenoemde getallen behandeld. Daar evenwel
bij eene aftrekking alleen gevraagd wordt naar het aantal
eenheden, dat het aftrektal meer bevat dan de aftrekker, doet
*) Ter wille van de eenvoudigheid van uitdrukking bezigen we hier het
woord cijfer in eene ruimere beteekenis dan de gewone.