Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
VIERDE LES.
DE AFTREKKING.
§ 50. Men kan zich voorstellen, dat er gevraagd wordt,
hoeveel eenheden zeker gegeven getal meer bevat dan een ander
gegeven getal. De rekenkundige bewerking, die het antwoord
leert geven op eene dergelijke vraag, heet aftrekking.
§ 51. Bepaling. De aftrekking is eene bewerking, die leert
vinden, hoeveel eenheden het grootste van twee gegeven getallen
meer bevat dan het kleinste.
§ 52. De uitkomst van deze bewerking heet het verschil
der twee getallen; het grootste getal heet aftrektal, het
andere aftrekker. Men noemt den aftrekker kleiner of
minder dan het aftrektal.
Het teeken, waardoor de aftrekking wordt aangeduid, is —,
Aangeduide verschillen zijn alzoo : 15 — 7, 2683 — 9 , 32972 —
— 5846, e. m. a. Men zegt dat 7 moet afgetrokken worden
van 15, of dat 15 moet verminderd worden met 7.
§ 53. Ter verklaring van de aftrekking dient de volgende
Eigenschap. Als men den aftrekker en het aftrektal in deelen
splitst en elk deel van den aftrekker afneemt van een of ander deel
van het aftrektal, dan vormen de overgebleven deelen van het
aftrektal te zamen het verschil.
Deze eigenschap is eene toepassing van §§ 10 en 51. Door
op deze wyze alle eenheden van den aftrekker van het aftrektal
af te nemen zullen alle eenheden, die in het aftrektal meer zgn,
wel moeten overbleven. Derhalve zal zóó het verschil worden
gevonden.
§ 54. Van de aftrekking onderscheidt men dr ie gevallen:
1. De aftrekker en het verschil zijn beide < 10.