Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
optelling beginnen waar men wil. Alleen maakt men zich dan de
bewerking moeielyker en loopt men meer gevaar van het ver-
krygen eener onjuiste (foutieve) uitkomst.
§ 48. Benoemde getallen. Tot nu toe is alleen de optelling
der onbenoemde getallen behandeld. Daar bij eene optelling
alleen de som verlangd wordt der aantallen eenheden, doet
de naam eener eenheid ook niets ter zake. De optelling van
benoemde getallen is daarom geheel dezelfde als die der on-
benoemde.
'tLigt voor de hand, dat de eenheden der benoemde ge-
tallen dezelfde moeten zyn, om te kunnen worden opgeteld.
Daarom kan alleen de som gezocht worden van gelijknamige
benoemde getallen of van zulke ongelyknamige, die gemakkelyk
als gelyknamige kunnen worden geschreven.
Zoo is b. V.:
18 appels + 53 appels -+- 269 appels = 340 appels.
5 HL, + 7 HL. -4- 3 HL. = 15 HL.
En ook:
7 kwartjes + 3 dubbeltjes -f- 68 centen = 175 centen -1- 30
centen -f- 68 centen = 273 centen.
Men ziet dadelyk, dat de optelling der benoemde getallen
van het Ie voorbeeld: 18, 53 en 269 geheel dezelfde is, als
wanneer deze onbenoemd waren geweest.
Steeds is eene som van benoemde getallen gelyk-
namig met hare termen.
§ 49. Opgaven.
1. Wat is optellen?
2. Wat verstaat men door de som van eenige getallen?
3. Wat is eene gedeeltelyke som?
4. Hoeveel gevallen van optelling zyn er?
5. Verklaar de optelling 345 -4- 9 = 354.
6. Ziet ge ook eenig verschil tusschen de twee voorbeelden
van § 43?
7. Hoe verklaart ge de optellingen:
3475 + 6297 = 9772.
452 + 97 + 668 + 8 = 1225.