Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
TWINTIGSTE LES.
MUNTEN.
§ 297. De maten, welke dienen om de waarde der groot-
heden, in 't bijzonder van de onderscheidene handelswaren te
meten, heeten nuinten.
Munten worden, — en werden al reeds vele eeuwen, — ge-
maakt van edel metaal, goud of zilver. Voor munten van ge-
ringe waarde worden minder kostbare metalen gebruikt, o.a.
koper, brons of nikkel.
§ 298. Om edele metalen voor munten geschikt te maken,
worden zij samengesmolten met koper en andere goedkoopere,
doch hardere metalen. Het gedeelte edel metaal in zulk een
mengsel heet het gehalte der munten. Van onzen gnlden
b.v. is het gehalte 0,945. Het bijgevoegde gedeelte van een
ander metaal heet alliage. Een Nederlandscbe gulden (wegende
1 DG.) bevat alzoo 9,45 G. zuiver zilver en 0,55 G. alliage.
§ 299. In alle beschaafde landen zijn tegenwoordig het munt-
wezen en het muntstelsel een voorwerp van regeeringszorg en
bij eene Rijkswet geregeld. Hierdoor zijn zoowel het juiste ge-
wicht als het juiste gehalte der munten gewaarborgd. De munten
worden geslagen in eene Rijksinrichting. Voor Nederland is dit
de Ryksmunt te Utrecht.
Bij nagenoeg alle volken zijn de munten cirkelvormige plaatjes
met betrekkelijk weinig dikte. Op beide platte zijden vertoonen
deze plaatjes een of ander stempel en in den regel hebben
zij nog een' gekartelden rand of een' rand met een of ander
inschrift. Hierdoor wordt het snoeien der munten onmogelijk
en het namaken hoogst moeielijk gemaakt.
§ 300. Op iedere munt staat hare waarde vermeld. Dit is