Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
§ 32. Derde geval. Het uitspreken van een getal > 1000000,
b.v. 7945308470.
Men verdeelt het getal schynbaar of werkelyk van rechts
naar links in vakken van 6 cijfers, dus in eenheden, millioenen,
billioenen enz. en spreekt elk vak afzonderlek uit, van links
naar rechts voortgaande. Het opgegeven getal wordt dus uit-
gesproken: zeven duizend negenhonderd vijf en veertig millioen
driehonderd acht duizend vierhonderd zeventig.
§ 33. Behalve de gewone wijze van getallen uitspreken
bestaan er nog twee andere. Men kan nl. elk cyfer, van links
naar rechts voortgaande, afzonderlijk uitspreken met den naam
der samengestelde eenheden, die het voorstelt, er bg ; of ook kan
men het getal verdeelen in vakken van een willekeurig aantal cyfers
en deze vakken van links naar rechts afzonderlek opnoemen.
Het getal 29706358097 b.v. kan men noemen 297 HM. 635
TD. 80 H. 97 E. of wel 29 DM. 7063 HD. 58 D. 97 E. enz.
§ 34. Hierby merken we nog op, dat in §§ 30—33 voort-
durend gebruik gemaakt is van de grondeigenschap der reken-
kunde (§ 10).
§ 35. Opgaven.
1. Wat verstaat men door de telling?
2. Hoeveel gewone eenheden telt eene eenheid van de 3e,
5e, 8e, 12e orde?
3. Wat noemt men de natuurlyke volgorde der getallen?
Wat is tellen?
4. Wat is een talstelsel?
5. Wat is het grondtal van een talstelsel?
6. Wat is de schaal van een talstelsel?
7. Wat zyn cgfers? Is de O ook een cijfer?
8. Waarom zijn er in het tientallig stelsel slechts 10 cijfers
noodig?
9. Wat verstaat gg door de volstrekte en de betrekkelyke
waarde van een cyfer?
10. Wat is Tl bekend van den oorsprong der cyfers?
11. Kan men bij de Romeinsche cyfers ook spreken van eene
betrekkelijke waarde?