Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
152
§ 282. Al de maten, gewichten en munten, by een volk in
gebruik, vormen te zamen het stelsel van maten, ge-
wichten en munten voor dat land. Zal zulk een stelsel goed
kunnen heeten, dat moet het voldoen aan deze eischen:
1. De grondslag van het stelsel en de afleiding van de
verschillende eenheden uit dien grondslag moeten zoodanig zyn,
dat er mogely kheid is, dat het stelsel eenmaal overdegeheele
wereld in gebruik kome.
2. Het stelsel moet zoo weinig mogelyk eenheden
bevatten, mits slechts in alle behoeften van het dagelyksch
leven voorzien zy. (Slechts 6 eenheden zyn dan noodig).
3. De afleiding der veelvouden en onderdeden
uit de eenheden behoort in overeenstemming te zyn met het
gebruikelyke talstelsel. Veelvouden behooren dus: 10-maal,
100 maal, 1000-maal enz. de eenheid te bevatten; onderdeden
0,1, 0,01, 0,001 enz. van de eenheid te zyn. (Vergelyk hier-
mede §49 15-18, § 63 No. 29 en § 295).
4. De eenheden, zoowel als de veelvouden en onderdeelen er
van, moeten niet alleen onveranderlyk zijn wat de grootte
betreft, maar ook overeenkomen in gedaante, kleur,
grondstof, enz. Misleiding en bedrog worden dan voorkomen.
Een en ander behoort bij eene Rykswet geregeld te zyn.
§ 283. Aan al deze eischen wordt uitstekend voldaan door
het Metriek stelsel van Maten en Gewichten, in
't laatst der vorige eeuw door Fransche en andere geleerden
uitgedacht en sedert, hoewel hier en daar wel eens wat gewyzigd,
nagenoeg over de geheele beschaafde wereld ingevoerd. (Zie
nog §§ 293 en 294).
§ 284. Voor grondslag van het stelsel en als eenheid
van de lengtematen werd het tienmillioenste van het vierde-
deel van den omtrek der aarde aangenomen. Daartoe werd
(1793—'98) op last der Fransche regeering het gedeelte Duin-
kerken-Barcelona van den meridiaan van Parijs met tot dien
tyd ongekende nauwkeurigheid gemeten. Uit dezen boog werd
toen de boog tusschen den Evenaar en de Noordpool berekend.
Door een congres (1798—'99) van natuurkundigen uit Erankryk