Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
III. MATEN, GEWICHTEN, MUNTEN.
NEGENTIENDE LES.
MATEN EN GEWICHTEN.
§ 281. Alles wat gemeten kan worden is eene grootheid.
De maat, waarmede gemeten wordt, eene gelijksoortige groot-
heid, heet eenheid. (§§ 1 en 2).
Het aantal verschillende eenheden, voor de in het dagelijksch
leven voorkomende metingen henoodigd, is betrekkelijk klein.
De metingen toch hebben gewoonlyk ten doel om te bepalen
hoe groot of hoe zwaar of hoe duur eene grootheid is. Zij bepalen
de grootte, het gewicht, de waarde der verschillende grootheden.
Van grootte spreekt men in drieërlei zin. llen kan eene
lengte willen meten, of eene oppervlakte, of de geheele
ruimte door eene grootheid ingenomen. De laatste noemt men
den inhoud van die grootheid.
Bovendien heeft de handel, vooral voor den verkoop in het
klein, behoefte aan inhoudsmaten voor droge en natte waren.
Er blijkt dus, dat voor de behoefte van het dagelyksch
leven noodig zyn :
1. Lengtematen,
2. Vlaktematen,
3. Ruimtematen,
4. Inhoudsmaten voor droge en natte waren,
5. Gewichten (of zwaarte-maten),
6. Munten (of waarde-maten),
derhalve ook maar zes verschillende eenheden.