Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
148
De herleiding van gewone breuken tot tiendeelige behoort
dan vooraf behandeld te zyn, anders zou eene deeling als
13579: 87635 (§ 273) nog onuitvoerbaar zijn.
§ 278. 'tZou kunnen gebeuren, dat deeler en deeltal een
van beide of beide zuiver of gemengd repeteerende breuken zyn.
Dan zou men die tiend, breuken eerst tot gewone herleiden of
tot gemengde getallen om daarna volgens § 231 het quotient verder
te bepalen. Elke andere handelwyze is uiterst langwijlig en
daardoor ongeschikt. In het dagelyksch leven komt het bepalen
van dergelyke quotienten ook niet voor.
§ 279. Benoemde getallen. De vermenigvuldiging en deeling
van benoemde tiendeelige breuken of getallen vereischen geene
nadere toelichting. Daarvoor kunnen we verwyzen naar §§ 81
en 108, die beide in hun geheel ook hier van toepassing zyn.
§ 280. Opgaven.
1. In een tiendeelig getal wordt het decimaalpunt eerst 5
plaatsen naar rechts en daarna 2 plaatsen naar links ver-
plaatst. Welke verandering heeft het getal nu ondergaan?
Waarom ?
2. Iemand plaatst in een decimaal getal het decimaalpunt
3 plaatsen te ver naar rechts. Hoeveel maal is het zoo
verkregen getal op het bedoelde begrepen?
3. Iemand plaatst in een decimaal getal het decimaalpunt
2 plaatsen te ver naar links en krygt daardoor 7531,97148
te weinig. Welk getal is hier bedoeld?
4. Kunnen de vermenigvuldiging en de deeling van tien-
deelige breuken en getallen even goed na die der geheele
getallen behandeld worden, of behooren die der gewone
breuken en gemengde getallen vooraf te gaan ?
5. Wat beteekent 7,68x97,.365 (§ 222)?
6. Wat beteekent 38,276 : 0,5468 (§ 231) ?
7. Bereken en verklaar:
53X0,9876 en 27,96x587,365.
8. Maak N°. 7 ook eens met gewone breuken en gemengde
getallen.
9. Wys de overeenkomst en het verschil aan tusschen beide
manieren van bewerking.