Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
146
de beide getallen geheel worden en daarna de deeling
verrichten als in § 273.
Zoo is:
1,8 : 0,45=180 : 45=4
en
135,76:8,7635=1357600:87635=15,491 ....
De gewone vorm van zulk eene deeling is :
8,7635 I 135,76 |
•--10000
87635 I 1357600 | 15,491 ....
876^
438175
43075 enz.
Het quotiënt is hier bepaald tot op één duizendste
nauwkeurig; door de deeling voort te zetten zou men de
nauwkeurigheid nog steeds doen toenemen. Dan zou eene repe-
teerende breuk ontstaan, daar de deeling eene niet-opgaande is.
III. hl het deeltal zijn meer decimalen dan in den deeler.
Laat b.v. gevraagd zijn 2,8769 : 0,54.
Men kan deeler en deeltal met denzelfden term van de
schaal vivn bet talstelsel vermenigvuldigen (§§ 110 en 263),
zoodat de deeler een geheel getal wordt, en daarna
de deeling verrichten als in § 274.
De gewone vorm van zulk eene deeling is:
0,54 I 2,8769 |
---100
54 I 287,6900 | 5,3275 ....
270
176
162
149
108
410 enz.
Het quotiënt is bepaald tot in 4 decimalen, dus nauwkeurig
tot op één tienduizendste. Wordt de uitkomst in meer deci-