Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
145
dus ook: 276/,g : 1000 en 78645/^^ . iqo.
§ 275. Derde geval. Deeler en deeltal heide zijn decimäle
breuken of decimale getallen.
Dit geval kan zich voordoen op drieërlei wyze:
I. Deeler en deeltal hebben evenveel decimalen.
II. In den deeler zyn meer decimalen dan in het deeltal.
III. In het deeltal zijn meer decimalen dan in den deeler.
I. Deeler en deeltal hebben evenveel decimalen.
Laat b.v. gevraagd zyn 4,5 : 3,6 en ook 14,72: 3,36.
Men kan deeler en deeltal beide met denzelfden term der
schaal van het talstelsel vermenigvuldigen (§§ 110 en 263), zoo-
dat beide geheele getallen worden en daarna de deeling
verrichten als in § 273.
Zoo is:
4,5 : 3,6=45 : 36=1,25
en
14,72:3,36=1472:336=4,3809 ....
De gewone vorm van zulk eene deeling is:
3,36 I 14,72 I
-100
336 I 1472 I 4,3809
1344
1280
1008
2720
2688
3200 enz.
Grewoonlijk wordt bij niet-opgaande deelingen, als ons 2e
voorbeeld, bij de opgave vermeld in hoeveel decimalen
nauwkeurig het quotiënt verlangd wordt. Hier zyn 4 deci-
malen bepaald; bij verder voortgezette deeling zou eene repe-
teerende breuk ontstaan.
II. Tn den deeler zijn meer decimalen dan in het deeltal.
Laat b.v. gevraagd zijn 1,8 : 0,45 en ook 135,76 : 8,7635.
Men kan deeler en deeltal met denzelfden term van de schaal
van het talstelsel vermenigvuldigen (§§ 110 en 263), zoodat
10