Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
does uitgevonden en eerst in de Middeleeuwen is zy door de
Arabieren uit Spanje in Europa bekend gemaakt. Daardoor kon
de wetenschap der getallen zich eerst ontwikkelen in de laatste
eeuwen.
§ 28. Al de volken der oudheid gebruikten de letters van
hun alphabet ook om de getallen voor te stellen. Hiervan zyn
nog de zoogenaamde Romeinsche cijfers overgebleven. De
Romeinen bezigden de 7 hoofdletters: I=:1,V — 5,X=10,
L = 50, C = 100, D = .500, M = 1000 tot dit doel. Voor
1000 bezigde men ook wel CIO en voor 50010. Evenzoo was
CCIOO — 10000 en 100 = 5000 enz. Door het teeken voor
een kleiner getal rechts van dat voor een grooter getal te
plaatsen werd de som der beide waarden voorgesteld; door het
links te zetten het verschil. Zoo is XXXIV = 34 en
XXXVI = 36, IC of XCIX = 99, VL of XLV = 45.
Strikte eenheid van schry ven, bestond in dit opzicht niet. In den
regel komen niet meer dan 3 gelijke teekens naast elkander te staan.
III. Het uitspreken der getallen.
§ 29. Hieronder wordt verstaan het in woorden uitdruk-
ken van een door cyfers voorgesteld getal.
Er zyn hierby drie gevallen te onderscheiden:
1. Het uitspreken van een getal < 1000.
2. Het uitspreken van een getal > 1000 en < 1000000.
3. Het uitspreken van een getal > 1000000.
§ 30. Eerste geval. Het uitspreken van een getal < 1000,
b.v. 843. Eerst noemt men de honderdtallen, dan de eenheden,
dan de tientallen. Derhalve heet het getal achthonderd drie
en veertig.
§ 31. Tweede geval. Het uitspreken van een getal > 1000 en
< 1000000, b.v. 583756.
Men verdeelt het getal schijnbaar of werkelyk in duizend-
tallen en eenheden en spreekt elk deel afzonderlyk uit, de
duizendtallen eerst. Het getal heet dus: vyfhonderd drie en
tachtig duizend zevenhonderd zes en vijftig.