Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
141
Wordt nu b.v. de gewone breuk gevraagd, waaruit
ontstaan is, dan is:
1x0,u= o,n
--- aftr.
99xO,?5=75
lXO,?j5=75 : 99
O,U=''%0 of
üok langs dezen weg komen we dus tot de eigenschap
van § 249.
By de herleiding van gemengd repeteerende breuken tot ge-
wone kan men evenzeer § 263 toepassen.
Zij b.v. de gewone breuk gevraagd, waaruit 0,5(53 ontstaan
is. Dan is:
-^q- - — -110-55 •
Evenzoo is:
' ^ 100 100 100 300 150
De herleiding van gemengd repeteerende breuken wordt dan
tot die van zuiver repeteerende en samengestelde breuken terug-
gebracht.
§ 265. Eigenschap. £m tiendeelig getal of eene tiendeelige
hreuk wordt door een! term van de schaal van het talstelsel ge-
deeld door het decimacüpunt zooveel cijfers naar links te ver-
plaatsen, als er nullen in dien term voorkomen.
Door §§ 95 en 263 is de juistheid dezer eigenschap gemak-
kelijk aan te toonen. Komen er in het quotiënt geene geheelen
voor, dan zet men O op de plaats der eenheden.
Zoo is b.v.:
738,265 : 100=7,38265,
want 100X7,38265=738,265.
En eveneens:
5,87 :1000-.0,00587,
want 1000X0,00587=5,87.