Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
ACHTTIENDE LES.
VERMENIGVULDIGING EN DEELING DER TIEND. BREUKEN.
§ 263. Eigenscliai). Een tiendeelig getal of eene tiendeelige breuk
wordt met een' term van de schaal van het talstelsel vermenig-
vtddigd door het decimaalpunt zooveel cijfers naar rechts te ver-
plaatsen, als er nullen in dien term voorkomen.
Deze eigenschap vloeit voort uit die van § 69. Werkelgk
wordt hier eene som vermenigvuldigd met een getal, maar
tegeiyk wordt dan de schryfwyze der decimale breuken of ge-
tallen in acht genomen.
Zoo is b.v.:
1000X8,57639=8576,39,
want:
1000X8 geheelen = 8000,
1000X576 duizendsten =r 576,
1000X39 honderdduizendsten = 39 honderdsten.
jVIen had ook cijfer voor cyfer 1000-maal kunnen nemen,
doch hier was de gevolgde handelwyze eenvoudiger.
Zyn er minder decimalen in de breuk dan nullen in den term
van de schaal, dan worden eerst in de breuk zooveel nullen
bijgeschreven, tot er wel zooveel decimalen zijn; in het pro-
duct komt dan geen decimaalpunt meer voor. Zoo is b.v.:
10000 X 25,76=10000 X 25,7600=257600.
§ 264. Deze eigenschap geeft ons een middel aan de hand
om repeteerende breuken nog op andere wijze dan in §§ 249
en 251 geleerd is, tot gewone breuken te herleiden. Want vol-
gens § 263 is:
100X2,^3=273,7373. . . . =273,)?3,
1000X12,78?;= 12785,8585. . . .=12785,^55, enz.