Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
zou veel te langwylig zyn. Het rekenen ware dan nimmer tot
eenige ontwikkeling gekomen.
§ 23. Daarom zyn teekens aangenomen voor de getallen van
één tot negen nl. de teekens: 1,2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9.
Noemt men nu de eenheid en de samengestelde eenheden der
verschillende orden achtereenvolgens E., T., H., D., TD., HD.,
M., enz. dan is al eene aanzienlyke verkorting verkregen.
Het getal zeven en vijftig duizend driehonderd en
negen en veertig kan dan worden voorgesteld door:
5 TD. 7 D. 3 H. 4 T. 9 E.
§ 24. Door nu nog aan te nemen, dat de tientallen steeds
links van de eenheden staan, de honderdtallen links van de
tientallen, de duizendtallen links van de honderdtallen, enz.
zoodat steeds de eenheden eener hoogere orde eene plaats meer
naar links geschreven worden dan die der naast-lagere orde,
wordt het mogelyk het getal in § 23 nog veel eenvoudiger
voor te stellen, 't Wordt dan 57349.
§ 25. De teekens, welke dienen om de getallen zichtbaar
voor te stellen d.i. te schryven, heeten cijfers. Behalve de
negen reeds genoemde is er nog een, de nul, o, die niets
voorstelt en daarom geplaatst wordt op de plaatsen der een-
heden (gewone of samengestelde), die in het getal niet voor-
komen. De nul komt b.v. voor in de getallen 40, 703, 6060,
getallen van 2, 3 en 4 cijfers.
De termen der schaal van het talstelsel worden derhalve ge-
schreven: 1, 10, 100, 1000, 10000, enz.
§ 26. In een getal doet een cyfer alzoo tweeërlei dienst.
'tZegt hoeveel eenheden van zekere orde er zgn en hoeveel
gewone eenheden elke gebezigde samengestelde eenheid bevat.
Men drukt dit uit door te zeggen, dat de cijfers eene vol-
strekte en eene betrekkelyke waarde hebben. In 6060
b.v. is van de beide zessen de volstrekte waarde 6 en de be-
trekkelyke 10 en 1000. Zoo is in 70437 de betrekkelyke waarde
der beide zevens 1 en 10000.
§ 27. Nog niet zoo heel lang schrgft men de getallen op de
boven beschreven wyze. Naar men beweert is deze door de Hin-