Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
126
Deze bewerking zal men neerschrijven :
80 I 43,0 I 0,5375.
400
300
240
600
560
400
400
' (f
§ 239. In de vorige § namen we eigenlyk 4.30000 tiendui-
zendsten als deeltal. De deeling gaf dan 5375 tienduizendsten
als quotient, welk quotient verder als tiendeelige breuk werd
geschreven. Viermaal achtereen werd eene O achter het deeltal
gevoegd, d. w. z. werd het deeltal met 10 vermenigvuldigd en
daar 10=2x5, voegde men door het bijschryven van iedere
nul een' factor 2 en 5 toe aan de factoren van het deeltal.
Heeft nu van eene dergelyke deeling de deeler geene andere
factoren dan 2 of 5, dan moet de deeling opgaan (§ 162), zoodat
de bewerking altijd ten einde zal loopen, hoeveel factoren 2
of 5 ook in den deeler mogen aanwezig zyn.
§ 240. Men kan vooraf bepalen, hoeveel decimalen de komende
tiendeelige breuk zal bevatten; zoowel § 237 als § 238 wijzen
hiertoe den weg.
43
Daar zal men teller en noemer met een getal ver-
.0
menigvuldigen, waardoor de noemer 10^ wordt en de breuk
eene tiendeelige zal worden met 4 decimalen.
Zegt men evenwel 43:80, dan zullen, om de deeling
te doen opgaan, 4 factoren 2 aan het deeltal moeten worden
toegevoegd (§ 162). Daarom zal vier malen achter 43 eene O
moeten worden geplaatst, zoodat evenzeer een quotient met 4
decimalen zal ontstaan.
Hieruit volgt, dat het aantal decimalen eener tiendeelige
breuk, die ontstaan is door herleiding eener gewone breuk met