Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
§ 18. Door nog voortdurend ééne eenheid biy te voegen ont-
staan al de getallen tot millioen maal millioen of bil Hoen.
En men zal dan nog steeds kunnen voortgaan. Het rekenen
met zulke groote getallen komt echter zoo goed als nooit voor.
§ 19. Al de in §§ 13—18 ontstane getallen heeten geheele
getallen. Er wordt alleen aan geheele eenheden gedacht. Over
gebroken en gemengde getallen spreken we later (12e Les en
volgende). Vooreerst wordt daarom met het woord getal steeds
een geheel getal bedoeld.
§ 20. De volgorde der getallen, gelijk zy in §§ 13 — 18 is
aangewezen, noemt men de natuurlijke volgorde der ge-
tallen. Het opnoemen der getallen in hunne natuurlyke volg-
orde heet gewoonlijk tellen.
De hier verklaarde wyze van tellen heet het tientallig
stelsel van tellen, omdat steeds een tiental eenheden van zelcere orde
noodifj is om ééne eenheid van eene naast-hoogere orde te verkrijgen.
Daarom heet tien het grondtal van het tientallig
stelsel. De eenheid en de samengestelde eenheden tien, hon-
derd, duizend, tien duizend, honderd duizend, millioen, enz.,
heeten te zamen de schaal van het tientallig stelsel. Elk
dezer getallen heet een term van die schaal.
§ 21. Men zal inzien, dat elk ander getal dan tien tot
grondtal van een talstelsel kan worden genomen (8e Les). Nam
men b.v. 12 als grondtal van een talstelsel aan, dan zouden
steeds 12 eenheden van zekere orde ééne eenheid van de naast-
hoogere orde vormen. De termen der schaal zouden dan 1, 12,
144, 1728 enz. eenheden bevatten.
II. Het schrijren der getallen.
§ 22. De vraag hoe de uitkomsten der metingen van groot-
heden aanschouwelyk worden voorgesteld, m. a. w. hoe de ge-
tallen behooren te worden geschreven, is met het oog op het
uitvoeren van de verschillende rekenkundige bewerkingen van
het hoogste belang.
Ze steeds te schryven met hun' gewonen naam (§§ 13—18)