Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
Ongelijknamige breuken zyn altoos gelyknamig te maken (§ 200).
Hier b.v. zal men dan vinden:
li; -330/ 8/ -524! 13/ -273,
(14- /4201 /l5- )420' /20- /420)
17/ -340; 29; -348/
/2:- /42O' '3 3- /420-
De som der 5 breuken zal derhalve zijn: (330-1-2244-273+
+ 340 + 348) 420e-deelen van één geheel, dat is: '^'^420=
Gewoonlyk wordt de hier gegeven bewerking neergeschreven
als volgt:
420
11/
„'it
8/
, M5
13/
30
28
21
20
12
330
224
273
340
348
1515
optelling zal wel niet nader behoeven
te
Deze vorm der
worden verklaard.
§ 210. Derde geval. De optelling van willekeurige breuken en
gemengde getallen.
Zij b.v. de som gevraagd van : 27/, , , ^ en 1329/35.
In den regel worden by deze bewerking de gemengde getallen
niet tot onechte brenken herleid, doch (§182) gesplitst in een
geheel getal en eene breuk. Verder worden dan (§§ 44 en 209) de
geheele getallen en de breuken ieder afzonderlijk opgeteld en
de beide komende sommen tot ééne som vereenigd. Uit boven-
staande opgave volgt dus deze bewerking:
360
2^/8
"'/40
/l5
20
11
45
15
9
24
10
315
195
189
264
290
360 ~
20