Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
L GEHEELE GETALLEN.
A. Hoofdbewerkingen.
TWEEDE LES.
DE TELLING.
§ 12. Kepaling:. Be telling hert de getallen noemen^ schrijven
m tdtsprelcen.
I, De namen der g^etallen.
§ 13. Voegt men bij ééne eenheid nog ééne eenheid, dan
verkrygt men twee eenheden, het getal twee. Door voort-
durend ééne eenheid hij te voegen, ontstaan de getallen drie,
vier, vyf, zes, zeven, acht, negen, tien. Het getal
tien wordt als nieuwe eenheid aangenomen (§ 7), eene eenheid
van de 2e orde.
§ 14. Door met het hy voegen van telkens ééne eenheid voort
te gaan ontstaan achtereenvolgens de getallen tien en een, tien
en twee, tien en drie, tien en vier, enz. tot tien en tien ot
tweemaal tien. De gewone naam dezer getallen is elf,
twaalf, dertien enz., tot twintig.
§ 15. Langs dezen weg zal men vervolgens verkrijgen de
getallen: twintig en een, twintig en twee, twintig en drie enz.,
tot driemaal tien.
Verder: driemaal tien en een, driemaal tien en twee, enz.,
tot viermaal tien.
Dan: viermaal tien en één, enz.