Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DERTIENDE LES.
HERLEIDINGEN VAN GEBROKEN GETALLEN.
§ 194. Al meermalen bezigden we de woorden herleiden
of herleiding. Steeds bedoelden we dan met het woord her-
leiding: eene verandering van den vorm van een of ander getal,
zonder verandering van de waarde tevens. In deze les zullen
we eenige herleidingen van gebroken getallen bespreken, die
dikwijls by de berekeningen met dergelijke getallen voorkomen
en daarom aan de hoofdbewerkingen vooraf behooren te gaan.
§ 195. Eene onechte hreuk te herleiden tot een gemengd getal.
Zij gegeven de breuk 'Vs- Telkens vormen 8 achtste-deelen
één geheel. Het aantal geheelen zal dus gevonden worden door
den noemer op den teller te deelen. Dit gaat hier 4-maal. 4
geheelen == 32 achtsten. Er blyven alzoo nog 5 achtsten,
zoodat: 37/^=4=/^.
Evenzoo is:
"7n=9'/n enz.^
Deze herleiding komt dikwijls voor, daar de uitkomst van
een of ander vraagstuk niet als eene onechte breuk wordt ge-
schreven , doch altoos als een gemengd getal.
§ 196. Noemt men geene breuk, doch de deeling 37:8,
dan is het quotiënt 4 en de rest 5.
In verband met §§ 94 en 190 geven we nu hier echter eene
uitbreiding van de beteekenis van het woord quotiënt. Is 37/^
dan is ook (§ 190) 37 : 8=4Wg. Voor het vervolg is
dus de onderscheiding der deelingen in opgaande en niet-opgaande
niet meer noodig en zal voor de deeling alleen de algemeene