Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
96
maal op één gelieel begrepen d. w. z. het geheel is in 4 deelen
verdeeld, waarvan er 3 evengroot zijn, terwijl het 4e slechts
het van een der andere deelen is; een van die 3 gelijke
deelen van het geheel is nn als maat der te meten grootheid
genomen. Bij het eerste voorbeeld is die maat 4-maal, bg het
derde voorbeeld 2'(2-maa! in de grootheid begrepen, terwyl by het
tweede voorbeeld de grootheid slechts het -j^ van zulk eene maat is.
III
" Va' % ■
Nu is de noemer eene echte breuk, de teller geheel of gebroken,
dus willekeurig gekozen. De hier gebruikte maat is ^/j-maal
op de eenheid begrepen d. w. z., dat de eenheid gelijk is aan
2/3 van die maat, zoodat de maat 3-maal de helft van de een-
heid is. Bij het eerste voorbeeld is dan de grootheid 5-maal
zulk eene maat, by het tweede Vs ^^^ maat en by
het derde 3% maal zulk eene maat.
§ 188. De 8 voorbeelden van gebroken getallen, in §187
besproken, heeten samengestelde breuken in tegenoverstelling
van de vroeger behandelde, die alle den naam dragen van een-
Tondige breuken.
Van eenvoudige hrenken zijn teller en noemer geheele getallen;
van samengestelde Ireulcen zijn de teller of de noemer gebroken
getallen.
Somtijds worden de samengestelde breuken wel onderscheiden
in die van de Ie, 2e of 3e soort, naargelang de noemer of de
teller of geen van beide een geheel getal is. De beide eerste
van de acht in § 187 gegeven samengestelde breuken zijn der-
halve van de Ie soort, de 3e en de 6e zyn van de 2e soort,
de 4 overige van de 3e soort.
Met samengestelde breuken behoeft nooit te worden gecijferd;
komt er al eens eene voor in eene of andere opgave, dan wordt
ze altyd eerst herleid tot (d.w.z. veranderd in) eene eenvoudige
breuk van gelyke waarde (zie § 202).
Daarom is de nadere onderscheiding der samengestelde breu-
ken in echte en onechte ook geheel overbodig.
§ 189. De meeste eigenschappen der geheele getallen gelden