Boekgegevens
Titel: Beginselen der rekenkunde
Auteur: Labberton, Alb.
Uitgave: 's-Gravenhage: Gebroeders van Cleef, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5890
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201179
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der rekenkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
teller het getal, dat aanduidt, hoeveelmaal die gehruiUe maat
op de te meten grootheid begrepen is.
Men zal reeds opgemerkt hebben, dat eene breuk geschreven
wordt door den teller boven den noemer te plaatsen met een
schuin of horizontaal streepje tusschen beide.
§ 184. Voor breuken, die 10, 100, 1000 enz. dus een'term
van de schaal van het talstelsel tot noemer hebben bestaat nog
eene andere schryfwijze. Alzoo is b.v.:
Want door de termen van de schaal van het talstelsel, (die
van links naar rechts telkens 10-maal zoo klein worden), voort
te zetten beneden de eenheid:
.....100,10,1, A, ^^.....
wordt ons een middel aan de hand gedaan om elke breuk, die
een' term van de schaal van het talstelsel tot noemer heeft,
te schryven op dezelfde wyze als de geheele getallen.
Ter afscheiding, der geheele eenheden van de tiende-deelen
wordt eene komma geplaatst, gewoonlijk decimaalpunt
geheeten.
Wil men b.v. 237 tienduizendsten schryven, dan bedenke
men, dat tienduizendsten de eerste 4 plaatsen achter het decimaal-
punt innemen en men zal verkrygen:
=0,0237.
10000
Alzoo wordt door het decimaalpunt ook altyd de noemer der
tiendeelige breuk aangewezen; deze bestaat uit evenveel
factoren 10, als de breuk cyfers achter het decimaal-
punt (gewoonlyk decimalen genoemd) telt.
§ 185. Breuken als "/is) "/loo- ®"/ioooo Beeten gewone
breuken; daarentegen noemt men 0,3, 0,79, 0,673, 0 0237 en
dergelyke tiendeelige breuken. De laatste zyn vooral in de
laatste eeuw in gebruik gekomen, in verband met het nieuwe
stelsel van Maten en Gewichten.