Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
had 20 eieren op het rek. Zij gebruikt er 's middags 8 van.
Hoeveel hield zij over?
Den volgenden morgen haalde zij er uit het kippenhok 16.
's Middags gebruikte ze er 9 van. Hoeveel eieren hield ze over?
Den volgenden morgen haalde zij uit het hok 14 eieren.
Hoeveel had zij er toen?
Dien middag heeft ze visite. Zij gebruikt dus meer eieren
en wel 25. Hoeveel hield zij er over?
/'. Op een feest brandden 240 lichten. Door den wind gingen
er 60 uit. Hoeveel bleven er branden?
Nu gaan we weer verder. De bediende steekt er weer 36
aan. Hoeveel brandden er toen?
Een paar uur later gingen er weer 28 lichten uit. Hoeveel
brandden er toen nog meer?
's Avonds laat draait de bediende er 175 uit. Hoeveel
lichten blijven branden?
NB. Zooals gemakkelijk te zien is, bestaat deze doorloopende som uit
4 vraagstukjes. Deze moeten een voor een behandeld worden op
lei en bord. Men ga niet verder, voordat het vorige is uitge-
werkt. Deze opmerking geldt voor alle doorloopende sommen.
Het verstand van den achtjarigen leerling kan niet alle getallen
tegelijk omvatten. Langzaam, maar zeker ga de onderwijzer op
zijn doel af.
g. Een bakker had in den winkel 68 brooden liggen. Hij
bakte er 's nachts 96 en 's morgens vroeg 48 bij. Hoeveel
brooden had hij toen?
Hij verkocht er 's morgens 80 van. Hoeveel brooden hield
hij over?
's Middags verkocht hij er op straat 55 van. Hoeveel over?
's Avonds sleet hij er 68 van. Hoeveel brooden hield hij over?
h. Schrijft bovenaan centen. Eene vrouw had op zak 2 guldens.
Zij kocht een brood van 11 stuivers. Hoeveel hield zij over?
Toen kocht ze een roggebrood van 7 stuiver en 2 centen.
Hoeveel cent had zij over?
10