Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
1 van de 200 is 199. Dit weet ieder wel in eens. — 180 van 200.
Zoo: 180 en 10 is 190 en 10 is 200, dus 20 over. - 150 van 200.
Eerst er 100 af, dan blijven er 100 over. Daar moeten nog 50
van af; er blijven dus 50 over. — 111 van 200. Eerst 100 er af,
100 over. Van die 100 gaan er nog 11 af, dus 89 over. — 7 van
250. 200 blijven er zeker over; van de 50 gaan er 7 af, dat is 43;
het overschot is dus 243. — 32 van 250. 200 blijven er zeker
over. Van die 50 blijven er over 8 en 10 of 18; de rest is 218. —
200 van 250. Geef ik 200 weg, dan houd ik er 50 over. — 198
van Ï50. Trek ik 198 van 200 af, dan houd ik er 2 over; ik heb
er nog 50; de rest is dus 52. — (In dien trant moeten de leer-
lingen leeren redeneeren).
i. Een winkelier had 240 cent. Hij krijgt er 60 cent bij.
Hoeveel heeft hij er nu? — Kinderen, rekent dit op de lei
nit. Koo, kom gij dit op het bord uitrekenen. (Koo zegt: „60
en 40 is 100, en dan nog 200 is 800." Onder de streep zet
hij dus: 300 ent.)
y. Jan heeft 195 knikkers. Zijn broer heeft er 70. Hoeveel
hebben zij samen ? (De redeneering zij aldus: „195 en 5 is 200,
200 en dan nog 65 is 265.")
Rekent nu eens uit, hoeveel de eene meer heeft dan de
andere. — (De redeneering zij dus: „Jan heeft zeker 100 knikkers
meer. Hoeveel verschilt 70 met 95? 70 + 10 is 80, 80 + 10
is 90, 90 en 5 is 95. 70 verschilt met 95 dus 25. Ze verschillen
dus niet 100, maar 125 knikkers." (Die 100 hebben we zoolang
onder de streep gezet; nu vlakken we de nullen weg en zetten
er 25 voor in de plaats.)
Ic. Bereken de volgende optellingen:
160 45 607 75 816 75 760 25 206 181 206 170 560 180 500 460 600 175
205
150 250 750 96 7 40 780 1 79 92
150 250 150 210 198 690 75 87 29
1 [