Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
175
over? Uitrekenen op de lei. Trijntje, gij bij het bord. Goed
bij praten, meisje! (Trijntje zegt: „190 en 10 is 200, en nog 2,
dat is 202. Meester, 10 en 2 is 12; er blijven dus over
12 gulden).
NB. Als de aftrekker niet veel verschilt met het aftrektal, dan vrage
de onderwijzer niet: hoeveel schiet er over? Hij vrage dan:
hoeveel moet er bij het onderste getal geteld worden, om het
aftrektal te bekomen?
h. De aftrehher moet in het begin bf zeer klein zijn, bf niet
veel verschillen met het aftrektal. Later moeielijker vraagstukjes.
200 1 200 10 200 15 200 20 200 25 200 196 200 190 200 180

200 150 200 160 200 170 200 17 200 100 200 101 200 105 200 110 200 111

250 7 250 10 250 20 250 48 250 40 250 42 250 17 250 32
250 200 250 240 250 247 250 201 250 215 250 228 250 190 250 198

Hebt ge die sommen alle af, kinderen? Ja? Goed, dan de
leien verruilen. We zullen nu vraagstukjes verzinnen, eer we
eene som maken. Sofie, uwe beurt! Sofie zegt: „Een man had
twee gulden op zak. Hij koopt voor 1 cent lucifers. Hoeveel
houdt hij over?" enz., enz.
NB. Het rekenen op de lei moet blijven rekenen uit het hoofd. Alg
voorbeeld van elke rij de eerste en de laatste opgave behandeld.