Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
hij er 16 bij. Hoeveel heeft hij er nu? (Behandeling op lei
en bord). — Nu verder. Eeinier denkt: „ik moet nu naar
huis toe." Onderweg komt hij Willem tegen. Zij spelen samen.
Eeinier verliest er 19. Hoeveel over (lei, daarna bord)? —
Vlak bij huis speelt hij nog even. Hij wint er 8 bij. Hoeveel
heeft hij er nu? (Behandeling op lei en bord). — Kinderen,
nu gaat Eeinier in huis. Hoeveel knikkers heeft hij ook? Met
hoeveel knikkers is hij straks uitgegaan ? Hoeveel knikkers heeft
hij dus in het geheel gewonnen? (Uitrekenen op lei en bord).
Trui, vertel gij nu eens, al wat wij van Eeinier verteld hebben.
Zeg ook, hoeveel hij op elke plaats gewonnen of verloren
heeft. — De rekening met het geld worde ook als eene belang-
rijke zaak beschouwd.
§ 3.
a. Tellen met 10 tot 50. Ook met 5 tot 800.
b. Het onderscheiden en schrijven der getallen van drie cijfers.
c. Tellen met 8 tot 400, en met 4 tot 400.
d. Tellen met 8 tot 800, en met 6 tot 600.
e. Tellen met 20 tot 1000.
f. Het uitspreken der getallen, cijfer voor cijfer, aldus:
68 = 60 + 8 115 = 100 + 10 + 5
72 = 70 + 2 240 = 200 + 40
14 = 10 + 4 648 = 600 + 40 + 8
(Tal van oefeningen in dezen trant moeten volgen).
g. Tellen met 30 tot 900. Ook met 25 tot 1000.
h. Aftellen met 3 van 300 tot 0. Met 5 van 502 tot 2.
i. Oefeningen van de tafel van vermenigvuldiging.
X 9 =
X O =
X 7 =
= 18
= 36
= 60
4
= 24
= 45
= 64
X . = 9
X . = 25
X . = 21
j. Herhaling van de optelling- en aftrekkingsommen in af-
deeling Twee. — Vraagstukjes dicteeren. (Behandelen een voor
een, eerst op de lei, dan op het bord).