Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
vr vooRBBUicnr.
Bij de bewerking vau deze Handleiding iiebben de volgende
beginselen ons tot richtsnoer gestrekt:
1°. Alle onderwijs moet rehening houden met de eischeu van het
leven. Daarom is onze lioqfdgedaohte: „het liekenen v.it liet
Hoofd is het rekenen der hindenoereld, want het is dat der
samenleving." Het aanvangspunt van elk deel van het Ueken-
onderwys dient dus te zijn het liekenen uit het Hoofd. Het
moet dit te meer zijn. daar het aan jonge leerlingen de
heste verklaring geeft van het meer wetensclmppelijk rekenen,
welks strikte bewijzen eerst goed begrepen worden in de
volgende schooljaren.
'Z". Het Rekenen uit het Hoofd moet dus doel zijn. Wijl het
echter eenige ontwikkeling van verljeelding, geheugen en ver-
stand onderstelt, en deze vermogens bij de jonge leerlingen
nog niet genoeg geoefend zijn, tvaarom het onderwijs voor
hen bovenal aanschouwelijk moet ^vezen; daar vóórts de
onderwijzer zeker moet zijn van hunne aandacht en hunne
vorderingen; wijl ten slotte de kleinen prettiger leeren als ze
op de lei wat mogen bewerken van hetgeen de onderwijzer
hen leert: — daarom moet het Rekenen uit hst Hoofd op
bord en lei geschieden. Het Rekenen op de Lei dient dus
slechts, om den leerlingen ffe hoeveelheden of getallen te
doen zien.
•3°. JJit ondqi'wijs moet bovenal aanschouwelijk zijn, vooral in
de eerste afdeeling. De samenstelling en ontbinding der
hoeveelheden moet plastisch voorgesteld worden. De eentonige
balletjes op het telraam en de statige streepjes op het hord
zijn daartoe niet voldoende. Vandaar het aphmisme op het
titelblad: „Het Rekenonderwijs hille zich in het Meed der
vertelling en grijpe naar de teekmslAft."