Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
Marie? En over 2 dagen? Over 3 dagen, Anna? Goed, ge-
antwoord. — Maar, Maarten, welken dag hebben wij over
7 dagen? „Meester, dan is juist eene week voorbij, het is
dus Woensdag." — Juist — Maar, Arie, hoe rekent gij uit
welken dag wij over 9 dagen hebben? „Meester, over 7 dagen
is eene week voorbij, het is dan Woensdag. Over 9 dagen is
het 2 dagen later, dus Vrijdag." — Goed zoo, jongen. —
Maar Marie, welken dag hebben wij over 24 dagen ? „Meester,
over 7 dagen is het Woensdag, 7 dagen later dus over
14 dagen is het weer Woensdag, nog 7 dagen later, dus over
21 dagen weer Woensdag. Nu nog 3 dagen, het is dus over
24 dagen .... Zaterdag."
Het is vandaag Zaterdag. Welken dag hebben wij over
4 _ 5 _ 9 _ 16 — SI — 30 - 36 — 41 — 50 dagen?
Het is vandaag Maandag. Welken dag was het 2 — 3 —
7 — 11 — 17 — 22 — 28 — 34 — 41 — 49 dagen
geleden ?
b. Mina, op mijn horloge is het nu drie uur (kunt gij al
zien hoe laat het is?), hoe laat was het een uur geleden? En
hoe laat is het over 2 uur, Jakob? Goed zoo. — Maar
Dirk, hoe laat is het over 6 uur? Juist, jongen. — En over
9 uur? — Ferm. — Maar kunt gij nu wel zeggen, hoe laat
het over 10 uur is? — „1 uur, meester." — Uitrekenen,
jongen. — „Meester 3 en 10 is 13, het zou dus 13 uur zijn,
maar bij 12 uur beginnen wij opnieuw te tellen, het is 1 uur
over twaalf of 1 uur." — Goed zoo, jongen. — En gij Gerrit,
hoe laat is het over 16 uur? Meester, het zou 19 uur zijn,
maar bij 12 beginnen wij opnieuw te tellen, dus 12 van de
19____het is 7 uur. — Wel, Willem, wat is het? „Meester,
ik kan het anders doen." Wel jongen, hoe dan? „Meester ik
zeg, als de vraag was over 12 uur, dan was de wijzer eens
rondgeloopen, het was dan 3 uur, maar 16 uur is 4 meer
dan twaalf, het is dus 3 en 4 of 7 uur." — Goed zoo,
iongen.